corona
Legal10 juni, 2021

Rechtbank neemt Grondwet opnieuw in beschouwing bij beoordeling coronamaatregelen

Aan het slot van de rechtspraak over de coronamaatregelen zijn we nog lang niet. Ondertussen lijken ook de rechtbanken stilaan overstag te gaan voor een meer grondwettelijke benadering.

Bijdrage van Catherine Gysels uit De Juristenkrant nr 431 - juni 2021.

Lees de volledige bijdrage uit De Juristenkrant rechtstreeks in Jura →

Het hing al even in de lucht. Verschillende politierechters verklaarden de voorbije maanden de meest uiteenlopende coronamaatregelen in strijd met artikel 159 van de Grondwet, al werden zij later regelmatig teruggefloten. Ook de beroepsrechter in Kortrijk trekt nu de spreekwoordelijke lijn in het zand aan de hand van een scherpzinnige analyse van de verschillende parlementaire stukken over de wet civiele veiligheid en de adviezen van de Raad van State en de Hoge Raad voor de Justitie naar aanleiding van de nieuwe, zogenaamde pandemiewet. 
[...] 

De wettelijke grondslag om coronamaatregelen te vervolgen en te bestraffen wordt terecht als onbestaande gehouden.

In eerste instantie neemt de Kortrijkse correctionele rechtbank het strafrechtelijk legaliteitsbeginsel en de mogelijke uitbreidingen daarop onder de loep. Een strafrechtelijke vervolging is volgens de Grondwet immers maar mogelijk in de gevallen die de wet bepaalt en geen straf kan worden ingevoerd of toegepast dan krachtens de wet.

De mogelijkheid om de gevallen van vervolging vast te stellen, zo gaat het vonnis verder, is dan ook een voorbehouden bevoegdheid voor de wetgevende macht. 

[...]

De vraag rijst vervolgens in hoeverre de rechtsgrond van artikel 182 wet civiele veiligheid enige bestraffing kan rechtvaardigen. Ook hier is het antwoord wederom negatief. Het vonnis verwijst daarin scherp naar de parlementaire voorbereidingen van de wet waarbij de Raad van State de noodzakelijk restrictieve en doelgebonden interpretatie benadrukte bij beperkingen van de vrijheid van personen. In het licht van die noodzakelijk restrictieve en doelgebonden interpretatie, het opzet van de wet civiele veiligheid, namelijk een efficiënte, snelle en adequate hulpverlening mogelijk maken in wettelijk bepaalde situaties, de positionering van artikel 182 onder de ‘Titel XI. Opvordering en evacuatie’, en de bewoordingen ‘om dezelfde reden’, impliceert een grondwetsconforme interpretatie van artikel 182 dat de minister in het kader van dreigende omstandigheden enkel een bevoegdheid heeft voor een welbepaalde evacuatie. 

[...] 

Nu het ministerieel besluit van 23 maart 2020 als doel heeft de verspreiding van covid-19 te beperken en dat niets te maken heeft met enige evacuatiemaatregel, kan artikel 182 wet civiele veiligheid op geen enkele manier worden gebruikt.

De wettelijke grondslag om coronamaatregelen te vervolgen en te bestraffen wordt daarmee terecht als onbestaande gehouden. De wet civiele veiligheid is nu eenmaal niet van toepassing op een pandemie. Dat dit nog enigszins door de vingers werd gezien aan het begin van deze niet te voorziene crisis, valt nog enigszins te begrijpen. Inmiddels blijkt al wel geruime tijd dat deze aanpak enkel voor een immense rechtsonzekerheid heeft gezorgd die de vrees doet rijzen voor een hellend vlak in de toekomst. Het is dan ook wachten op een pandemiewet die wel een wettelijke verantwoording kan bieden.

Catherine Gysels is advocaat en praktijkassistent aan de Universiteit Antwerpen. 

Legalworld
Legalworld Newsletter
Het recentste nieuws gratis in uw mailbox